Jarenlang kampten een school en kleuterschool in een klein Sloveens dorp met de typische problemen van een verouderde olieverwarming. De ketel was versleten en steeds minder betrouwbaar, en de verwarming moest al om 15.00 uur uit om de kosten in de hand te houden. Zelfs dan verbruikte het gebouw zo’n 10.000 tot 12.000 liter stookolie per jaar, een grote last voor de gemeente. Het boilervat voor sanitair warm water was te klein voor de keuken en de sanitaire ruimtes, en het leidingnet was zo verouderd dat de hele stookruimte volledig moest worden vernieuwd. Onder deze omstandigheden was de beslissing duidelijk: de school had een moderne, betrouwbare en duurzame oplossing voor de lange termijn nodig.