Het bestaande verwarmingssysteem met zes gasketels was te duur en te inefficiënt geworden en paste niet meer bij de duurzaamheidsdoelen van de campus. Het gebouw, met zo’n 450 medewerkers, had nog steeds verwarmingswater op hoge temperatuur nodig, terwijl de technische ruimte heel weinig plaats bood voor nieuwe apparatuur. Er moest een technologie komen die prestaties, betrouwbaarheid en efficiëntie leverde zonder grote aanpassingen aan de bestaande infrastructuur.