Wanneer u besluit een geothermische warmtepomp te installeren, is het essentieel om de keuze van de warmtebron en de collector zorgvuldig af te wegen. Hebben wij toegang tot grondwater, of is het praktischer om de warmte van de bodem zelf te benutten? Hoeveel ruimte is er op ons perceel beschikbaar, en welk investeringsniveau vinden wij aanvaardbaar? Het beantwoorden van deze vragen is de sleutel tot de optimale oplossing.
Grondwater
Grondwater is de meest energiezuinige bron en houdt het hele jaar door een stabiele temperatuur tussen 7 en 12 graden Celsius. Om het te benutten zijn twee putten nodig: een onttrekkingsput met een dompelpomp en een injectieput om het afgekoelde en onvervuilde grondwater terug te voeren. Het water moet chemisch worden geanalyseerd en er moet vóór gebruik een watervergunning worden verkregen.
Verticale bodemcollector
Wanneer er onvoldoende grondwater beschikbaar is, kan de in de bodem opgeslagen warmte worden gebruikt. Vanaf een diepte van 8 meter blijft de bodemtemperatuur constant. Er wordt een boorgat geboord om een collector te plaatsen, en de omliggende ruimte wordt met een speciaal materiaal opgevuld om de warmteoverdracht te verbeteren. Voor een grotere warmtevraag kunnen meerdere collectoren in serie met een geothermische schacht worden geschakeld. De collector is niet-storend, zodat de bodem erboven bestraat of geasfalteerd kan worden.